Om de sociale doelstellingen van de OCMW’s te realiseren heeft de Vlaamse overheid speciaal het TOK-project opgericht. Dat staat voor Tewerkstelling en Opleiding van Kansarmen. TOK-projecten zijn in feite opleidings- en werkervaringsprojecten. Concreet gaat het vooral om tewerkstelling als gezins- en bejaardenhelpster voor vrouwen en werk in de bouw- en renovatiesector voor mannen. Daarbij wordt ook veel aandacht besteed aan het verwerven van sociale vaardigheden en arbeidsattitudes, alsook aan sollicitatie-training.
De tewerkstelling gebeurt met een arbeidsovereenkomst aan het minimumloon. Deze projecten worden vanaf 1998 gesteund door de federale regering met co-financiering vanuit doelstelling 3 van het Europees Sociaal Fonds.

In het kader van een dergelijk project zal bij een OCMW in de Brusselse Rand een creatieve documentaire gemaakt worden omtrent de evolutie van een groep van circa 5 allochtone vrouwen die als cursisten bij dit project betrokken zijn.

Bedoeling is dat alle cursisten na de tijdelijke tewerkstelling via het art. 60, doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt.  Na dit opleidingstraject van 10 maanden zijn de kansen op de arbeidsmarkt beduidend groter omwille van de verworven kennis en vaardigheden, niet enkel wat het professioneel functioneren betreft maar ook omwille van de ontwikkeling op persoonlijk en sociaal vlak. Dit zal worden gepeild aan de hand van de ervaringen van de vorige lichting cursisten.

INTENTIE

Doel van de documentaire is om bij te dragen aan een positieve beeldvorming ten aanzien van "kansarmen", "migranten", "laaggeschoolden" en een aantal hardnekkige vooroordelen te bestrijden. In de eerste plaats binnen de OCMWs zelf, maar voorts ook binnen ministeries, de politiek en in bredere zin de maatschappij via distributie op televisie en festivals. De documentaire wordt ook gebruikt ter motivatie en uitleg van de opleiding.

Meer specifiek dient de documentaire om de kansen en de mogelijkheden van de cursisten te benadrukken. Mogelijkheden die benut kunnen worden als zijzelf en de buitenwereld inzien dat ze wel willen werken.  Dat ze iets willen betekenen voor de maatschappij. Dat  ze iets te aan te bieden hebben. Dat ze willen en kunnen leren en veranderen.  Dat ze verantwoordelijkheid kunnen dragen.